Deze eerste voorstellen zijn het resultaat van een uniek debat in Europa, waaraan 10.000 burgers uit Europese 100 steden, 25 landen hebben deelgenomen. Zij hebben meegewerkt aan de ontwikkeling van het Newropeans programma voor de verkiezingen van 2009. Gedurende de komende vier jaar zal Newropeans doorgaan met deze dialoog om een compleet programma te schrijven waarin alle belangrijke vraagstukken worden opgenomen die alle 500 miljoen burgers aangaan. Zo worden burgers betrokken bij de ontwikkeling, toepassing en evaluatie van EU beleid dat hen aangaat.
1. De legale immuniteit van Europese waardigheidsbekleders moet worden afgeschaft. Het principe van gelijkheid voor de wet zal weer gelden voor alle Europese burgers.
De legale immuniteit voor het leven van waardigheidsbekleders van de Europese instituties (vlg. Protocol (nr. 36) betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen (1965) is een schokkend voorbeeld van rechtsongelijkheid ten bate van een bepaalde groep Europese burgers. Het heeft geen enkel bestaansrecht gezien het feit dat de EU bestaat uit 25 democratieën die allen een onafhankelijk rechtsstaat hebben. In tegendeel, het zou verwijderd moeten worden omdat het bijdraagt aan de kloof tussen waardigheidsbekleders die de EU besturen en andere burgers.
Omdat we woord en daad verenigen, zal Newropeans het niet accepteren dat waardigheidbekleders van de EU, ook actieve lid kunnen worden van Newropeans zo lang deze regeling over immuniteit nog bestaat.
2. Belangrijke veranderingen in de verdragen van de Gemeenschappen, en in het bijzonder de uitbreidingen, zullen systematisch geratificeerd worden door middel van trans-Europese referenda.
Voor deze trans-Europese referenda zal gebruik worden gemaakt van een dubbele meerderheid zodat de democratische rechten van minderheden gewaarborgd zijn: meer dan 50% van de gehele EU en meer dan 50% van de lidstaten moeten met een voorstel instemmen.
3. Door de Europese instituties te decentraliseren, komen in geografisch opzicht dichter bij de burger.
Het is onmogelijk om 500 miljoen burgers zich meer betrokken te laten voelen bij Brussel, Luxemburg en Straatsburg. Om de kloof tussen de Europese instituties en mensen te dichten, door in het bijzonder de technologieën van de 21e eeuw (Internet, hogesnelheidstreinen, low-cost vluchten, …), gedurende de komende twee decennia is het noodzakelijk om het systeem van hoofdsteden, een erfenis is van de jaren 1950, te veranderen om burgers te helpen bij het bezit ervan te nemen. Als elk land zijn ‘Europese stad’ heeft gekozen (vaak de hoofdstad) zal het nieuwe Europese institutionele netwerk een eerste ‘Euroring’ van instituties rondom 500 kilometer van Brussel vormen, waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden en voordelen van elke geselecteerde stad: Parlement (Brussel), Gerechthof (Den Haag), Europese regering (Londen), Gezamenlijke Europese Administratie (Parijs), Centrale Bank (Frankfurt), Rekenkamer (Luxemburg). Een tweede ‘Euroring’ zal alle andere instituties en agentschappen verdelen over de andere aangewezen steden. Deze ware decentralisatie zal ook de Europese instituties toegang verschaffen tot een grotere bron van human resources dan die voor handen is op de huidige locaties.
4. Er moet respect voor de diversiteit in talen van de EU, een fundamentele voorwaarde voor democratie in de EU, waarbij de efficiëntie van zijn functioneren wordt verzekerd door een helder talenregime.
Het talenvraagstuk staat central in zowel de garantie van Europese diversiteit, een voorwaarde voor democratie in de EU, en het effectieve functioneren van de instituties van de gemeenschap, een voorwaarde voor de efficiëntie van de EU. Dit debat zou publiek moeten zijn omdat dit het culturele hart van onze collectieve toekomst raakt. Newropeans stelt een pragmatische oplossing voor waarbij de twee beperkingen van democratie en efficiëntie in het zogenaamde < 2-5-25 > -systeem: twee talen voor interne werking (Engels en Frans), vijf talen voor politiek debat die ook als spiltalen voor toekomstige vertalingen kunnen dienen, met tenminste één taal per talenfamilie (b.v. Engels, Frans, Duits, Pools en Spaans), en alle Europese talen voor communicatie met de burger.
Het democratiseren en efficiënter maken van het functioneren van de EU
5. De instelling van een echte Europese regering
6. Het Europese budget krijgt echte eigen gelden voor de EU, geheven op een transparante manier en onderworpen aan regelmatige controle.
Een Europese inkomens- en bedrijvenbelasting zou het systeem van nationale bijdragen moeten vervangen. Gebaseerd op het democratische principe van ‘geen belasting zonder representatie’, worden over Europese financiële en budgettaire voorstellen gestemd door elke nieuwe Europese wetgever, met de noodzakelijke instemming van de Europese regering. Dit impliceert dat de noodzaak om de periode waarover het budget wordt vastgesteld te verkorten van 7 naar 5 jaar. Zodat dit zal samenvallen met de Europese parlementaire verkiezingen. De huidige herverdelingsprincipes worden behouden, met de toevoeging dat nieuwe elementen de groei moeten stimuleren, in het bijzonder op het gebied van onderzoek, innovatie en onderwijs. Alle budgettaire en financiële besluiten moeten worden genomen met respect voor democratie en transparantie, in het bijzonder door middel van publieke debatten in het Europese Parlement. De Europese Rekenkamer en het netwerk van nationale rekenkamers moeten worden versterkt voor een efficiënte controle op het gebruik van Europese fondsen.
7. De garantie dat het Europese Parlement is samengesteld uit 50% vertegenwoordigers van nationale of regionale lijsten, en 50% vertegenwoordigers van Europese verkiezingen; elke burger heeft twee stemmen voor de Europese verkiezingen,
Het Europese Parlement moet de verschillende componenten van de identiteit van de Europese burger in zich hebben om een belangrijke politieke rol te kunnen spelen. Elke burger heeft een stem om 50% van het Parlement via een trans-Europese lijst te verkiezen, en 50% via een nationale (of regionale) lijst.
8. Er komt een procedure die elke tien jaar het politieke systeem en de ambtenarij van de Gemeenschap evalueert. Deze procedure is onafhankelijk van de uitvoerende, wetgevende en juridische instituties.
9. De stimulering van interne mobiliteit binnen de Europese instituties
Carrières binnen één institutie moeten worden beperkt tot een maximum van 10 jaar, en een uitgebreid programma om de mobiliteit tussen regionale, nationale en Europese ambtenarij zou moeten worden ingesteld, als mede een aanmoediging tot een uitwisseling tussen de publieke en private sector. Het is belangrijk om de voorkeur te geven aan de werving van Europese waardigheidsbekleders die ten minste 5 jaar werkervaring hebben zodat een maximale toegevoegde waarde is gegarandeerd. Definieer de plaats van Europa in de wereld, en van gemeenschappelijke Europese projecten.
10. De stimulering van een nabijheidsbeleid van de Europese Unie (Geprivilegieerde Nabijheidsstatus)
Economische welvaart en sociale samenhang zijn onderdeel van de fundamentele principes van het Europese project. De Europese Unie moet het welzijn van zijn burgers kunnen garanderen en extremistische en populistische opstanden voorkomen. Alleen door middel van een Geprivilegieerd Nabijheidsbeleid in de komende jaren, zal de EU in staat zijn om sterke en gezonde relaties op te bouwen met zijn buurlanden, zoals Rusland, Oekraïne, Wit-Rusland, Turkije, Libanon, Israel, Palestina, Egypte, Libië, Tunesië, Algerije en Marokko.
11. De doeltreffendheid van de EU in de wereld moet toenemen door een versterking van de rol van het ministerie van buitenlandse zaken en het structureren van een duidelijk en objectief Europees buitenlands beleid.
Gedurende het afgelopen decennium – tijdens de crisis in Irak bijvoorbeeld - hebben de Europese burgers duidelijk laten zien dat zij een coherent, sterk en invloedrijk Europa willen, dat in staat is om bij te dragen aan een meer gebalanceerd en multilateraal systeem. De definitie van de Europese rol in de wereld moet gestructureerd worden rondom drie centrale principes: een centrale rol voor de Verenigde Naties, aangepast aan de realiteit van de 21e eeuw; voorrang van het internationale recht boven nationale belangen; afkeuring van het destabiliserende concept ‘preventieve oorlog’. In het belang van de coherentie en interne coördinatie, moeten de rollen van het ministerie van Europese Buitenlandse Zaken en van de President van de Europese Regering helder zijn gedefinieerd.
12. De ontwikkeling van een gemeenschappelijk immigratiebeleid, dat wordt ontplooid op nationaal niveau en zich richt zich op een kansrijke integratie van immigranten in de Europese maatschappij.
-* Om sociale en economische integratie te stimuleren van alle immigranten en om een gemeenschappelijke Europese verantwoordelijkheid te ontwikkelen.
Voor de Europese Unie is immigratie een onvermijdelijk, nuttig en noodzakelijk fenomeen. Niettemin zou het moeten worden gesplitst en worden behandeld op twee verschillende niveaus: dat van immigratiestromen, zodat illegale immigratie zo veel mogelijk kan worden voorkomen, en om er voor te zorgen dat hun integratie mogelijk is en soepel verloopt. Tegelijkertijd zou de EU religieuze en/of raciale discriminatie stevig moeten straffen.
13. Het uitbreiden van een gemeenschappelijk beleid tegen georganiseerde misdaad en transnationale criminaliteit, in het bijzonder een gespecialiseerd Europees netwerk van justitie en politie.
Een gemeenschappelijke markt zonder grenzen in een pas uitgebreide Unie, terrorisme en nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, zoals het Internet, vragen van de EU een efficiëntere strategie voor het gevecht tegen de georganiseerde transnationale criminaliteit, dat in toenemende mate deskundig en geprofessionaliseerd is. De EU moet een gespecialiseerde politie- en justitiemacht ontwikkelen om de associatie van groeiende risico’s en het bouwen van intern en extern zelfvertrouwen. Deze worden gebaseerd op de al bestaande nationale machten.
14. Het ontwikkelen van diepe en brede initiatieven op het gebied van onderwijs en een leven lang leren.
Toegang tot onderwijs is essentieel voor een democratische, eerlijke en competitieve maatschappij. Huidige en toekomstige uitdagingen vereisen ambitieuze en variërende initiatieven, zoals: a) de Europese dimensie toegankelijker maken voor een toenemend aantal jonge mensen en studenten (15-25); b) het gebrek aan mensen met trans-Europese competenties te bestijden door een speciaal trainingsprogramma voor alle economische, politieke, sociale en culturele sectoren, binnen een geïntegreerd Europees raamwerk.
15. Het uitreiken van een jaarlijks sociaal rapport aan de President van de EU, gericht op de evaluatie van de sociale status van de Unie (gezondheid, onderwijs, arbeid, armoede), gebaseerd op vooraf gedefinieerde en objectieve indicatoren.
De EU heeft al een aantal criteria voor toenadering op economische, monetaire, fiscale en juridische domeinen. De Euro heeft een sterk effect op alle terreinen in de sociale sfeer; dus is het van belang om een sociale dimensie te integreren in de poging tot continentale toenadering. Elk jaar zou de uitvoerende macht het Europees Parlement een objectieve studie van de Staat van de Unie op sociaal gebied moeten presenteren, samen met voorstellen gericht op economische toenadering en sociale vooruitgang.
16. Wederkerige versterking van politieke integratie, onderzoek en mate van competitiviteit: gemeenschappelijke dromen, besluiten en ondernemerschap.